Wat heeft de Rechtbank nu over Wilders gezegd?

minderminder

Minder! Minder! – Volgens de Rechtbank had het inderdaad iets minder gemogen.

Groot nieuws

Groot in het nieuws vrijdag 9 december 2016:: de Rechtbank heeft Geert Wilders schuldig bevonden aan groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie, maar legt geen straf op. “Wij doen geen uitspraken over zaken die nog onder de rechter zijn”, zo zeggen politici. “Ik ben veroordeeld omdat ik een vraag stelde over Marokkanen”, aldus de veroordeelde zelf, die vervolgens bezwoer zichzelf nooit het zwijgen op te laten leggen. “De vrijheid van meningsuiting wordt ingeperkt, je kunt helemaal niets zeggen. Het komt toch niet aan”, aldus een verder anonieme voorbijganger in het NOS-journaal.

De essentie zit wel in het persbericht van de Rechtbank van Den Haag: De juridische betekenis van het begrip “ras” is veel ruimer dan de betekenis in het Nederlands spraakgebruik. Wilders heeft met zijn Minder-Minder actie de Marokkanen als groep beledigd. Hij heeft ze als groep apart gezet en door het opruiende karakter aangezet tot discriminatie. Maar toch…

De een spreekt schande van de schuldig-verklaring. De ander juicht de schuldigverklaring toe, maar snapt niet dat er geen boete wordt opgelegd. Bijna iedereen heeft er wel een mening over. Maar wat is er nu echt door de rechter uitgesproken? Ik werd nieuwsgierig. Heel eerlijk: ik snapte het niet. Hoezo? Hoezo is Wilders wel schuldig, maar niet beboet? Heh? Dus wat doe je dan? Nou, je pakt ECLI:NL:RBDHA:2016:15014 erbij (de Uitspraak) en gaat lezen. Zoals altijd bij rechterlijke uitspraken is ook dit een hele lap tekst….

Vrijheid van Meningsuiting en Strafbare Feiten

Wat mag je nu wel en wat mag je nu niet zeggen? De rechtbank bevestigt gelukkig in de eerste zin van de inleiding dat: “de vrijheid van meningsuiting één van de fundamenten van onze democratische samenleving vormt”. Dat betekent, aldus de rechter, dat er ruimte moet zijn voor uitingen die (grote) groepen “kunnen choqueren, kwetsen of verontrusten”. Er zijn echter grenzen.

Of deze grenzen overschreden zijn, kan alleen worden getoetst aan wetten, jurisprudentie en verdragen, zo benadrukt de rechtbank, om vervolgens uitgebreid de beschuldiging dat sprake zou zijn van een politiek proces te weerleggen. “ook een democratisch verkozen volksvertegenwoordiger (…) staat niet boven de wet.” Een open deur, misschien, maar toch eentje die altijd weer opengetrapt kan worden. Ja, ook als je in Den Haag werkt, heb je je fatsoenlijk te gedragen. Of beter, je hebt je aan de wet te houden. Daar waar gedrag een strafbaar feit oplevert, moet strafvervolging gelden. Of je nu in het parlement zit, of niet. Sommige uitlatingen zijn een strafbaar feit.

Wat is gebeurd, is bekend. Geert Wilders vroeg aan een volle zaal of het publiek in Den Haag “Meer of Minder Marokkanen” wil. Het publiek scandeerde “Minder, minder, minder”. Wilders stond erbij, met een glimlach op zijn gezicht. Iedereen heeft de beelden gezien. Maar is dit strafbaar?

Wilders berispt

Alvorens de Rechtbank die vraag beantwoordde, moest er nog iets van het hart over Wilders’ houding tijdens de rechtszaak. Wilders verscheen niet ter zitting, behalve bij het slotpleidooi. Tegelijkertijd twitterde Wilders erop los, waarin hij de rechtbank van van alles beschuldigde. Hierover zegt de Rechtbank: “De rechtbank heeft verdachte steeds de cautie gegeven, ook bij de aanvang van de inhoudelijke behandeling, als hij twitterde.”

De cautie is het recht om te zwijgen. Maar -en dat weten minder mensen- het recht om te zwijgen betekent dat je óók het recht hebt om te spreken. Of het gesprokene nu waar is, of onwaar. Je mag het zeggen. Met andere woorden, de Rechtbank heeft Wilders uitgenodigd om gehoord te worden. Want: “Het was de rechtbank namelijk niet ontgaan dat verdachte zich meermalen over deze strafzaak en de rechtbank had uitgelaten in berichten op zijn Twitteraccount. Zo schreef verdachte over een ‘neprechtbank’, dat het vonnis al klaar lag en publiceerde hij foto’s van de rechters met een verwijzing naar de politieke partij D66. Een feitelijke onderbouwing daarvan of een toelichting daarop heeft de rechtbank nergens kunnen ontwaren. Ook in zijn laatste woord heeft verdachte zich bepaald niet onbetuigd gelaten.”

De Rechtbank noemt dit gedrag (wat overigens een beetje doet denken aan dat befaamde SNL filmpje over een twitterende Donald Trump) “een gekozen volksvertegenwoordiger en medewetgever die een te respecteren plaats in de Nederlandse democratische rechtsstaat inneemt, onwaardig.”

Politieke rechtszaak

En toch… je zou kunnen betogen, zoals Rob Wijnberg op De Correspondent deed, dat dit proces wel degelijk een politiek proces is. Wijnberg betoogt ten eerste dat Wilders terecht staat voor haatzaaien. Maar “haat” is niet strafbaar, dus hoe kun je het zaaien ervan strafbaar stellen?

Sterker is zijn argument dat “het mogen uiten is de definitie van politiek”. Dus wordt de rechter, die zich moet buigen over de vraag wat wel en niet geuit mag worden, gedwongen om een politiek standpunt in te nemen. De Rechtbank erkent dat er “politieke aspecten” aan de zaak kleven.

Wilders heeft zijn uitlatingen gedaan met de pet van fractieleider op. Maar, zo herhaalt de Rechtbank, ook als fractieleider heb je je aan de grenzen van de wet te houden. De advocaten van Wilders mogen dan wel vinden dat het Openbaar Ministerie de “Scheiding der machten” schendt. Eigenlijk een argumentatie die op hetzelfde neerkomt als het betoog van Wijnberg.

De Rechtbank stelt echter dat op geen enkele wijze is gebleken dat het OM een verborgen politieke agenda zou hebben. Los daarvan: he

t is het werk van het OM om bij strafbare feiten tot vervolging over te gaan. En dat is precies wat het OM heeft gedaan. Nogmaals: parlementariër of niet, de wet is voor iedereen gelijk.

Andere argumenten

De verdediging had nog een paar andere argumenten die tot de conclusie zouden moeten leiden dat het OM niet-ontvankelijk verklaard zou moeten worden. Met deze argumenten rekent de Rechtbank echter zonder al te veel moeite af. Vermoedelijk, maar dat is slechts mijn gevoel, zou elke eerstejaars Rechten tot dezelfde conclusie zijn gekomen.

Kortom; er is volgens de Rechtbank geen sprake van een politiek proces. Er kan dus gewoon geoordeeld worden over de inhoud van de zaak.

Wat is er gebeurd?

Kijk, de Minder-minder uitspraak, die kennen we allemaal. Maar, zo blijkt uit de uitspraak, het gaat veel verder dan dat.

Op de markt

Gelukkig zijn er camera’s bij het gebeurde aanwezig. Over de feiten hoeft dus niet heel uitgebreid gedimdamd te worden.  Maar voor de volledigheid citeert de Uitspraak een interview (NOS Journaal): “Belangrijkste is toch voor de mensen hier op de markt de Hagenaars, Hagenezen en Scheveningers zoals Léon dat altijd netjes en terecht noemt. Voor die mensen doen we het nu. Die stemmen nu op een veiliger en socialer en in ieder geval een stad met minder lasten en als het even kan ook wat minder Marokkanen.”

Wel interessant is dat er in de uitspraak diverse getuigen gehoord werden, die allen aangaven dat er niet van tevoren gepland zou zijn om Marokkanen te bashen. Een van de getuigen dacht dat Wilders zich versprak. Want de PVV wil minder criminelen. Tja, dan verspreek je je weleens en zeg je per ongeluk in plaats van “Criminelen” iets anders, bijvoorbeeld “Marokkanen”.

Of dit nu echt een goede getuige á decharge is geweest waag ik te betwijfelen, want wat lees je hier tussen de regels door? Inderdaad, “Marokkanen” en “criminelen”, twee woorden, maar ze betekenen (nagenoeg) hetzelfde. Althans, zo lees ik het dan.

Minder-minder

En dan die fameuze avond. De dag dat Wilders vroeg of het publiek meer of minder Marokkanen wil. Wat blijkt? Wilders heeft deze dag goed gebruik gemaakt van de regel van drie. Hij stelde namelijk drie vragen, die alledrie op dezelfde manier beantwoord zouden worden: Willen jullie meer, of minder EU? Willen jullie meer, of minder PvdA? Willen jullie meer, of minder Marokkanen?

Door die vraag als derde te stellen, was het publiek al een beetje voorbewerkt, zodat wel duidelijk was wat de reactie zou worden. Inderdaad, het “Minder, minder” dat we van het Journaal kennen. Op zichzelf al een beeld dat mij angst aanjoeg. Maar als je er zó bewust naartoe stuurt, met inzet van retorische trucjes zoals de Tricola. De wat? De tricola. De Argumentatiecoach  beschrijft dit: “De klassieke drieslag of tricola stamt uit de Oudheid. Het gaat hierbij om drie zinnen of woorden die u herhaalt om toe te werken naar een applaus. Het mooiste is als de drie onderdelen in een climax (stijgende lijn) geformuleerd zijn.”

Dus de minder-Marokkanen scéne lijkt een… hoogtepunt? In ieder geval één waar naartoe gewerkt was

, want, zo zeggen getuigen, het publiek was in ieder geval al geïnstrueerd. En: “De bedoeling was om een zo sterk mogelijke speech te bedenken waarin de zaken zo scherp mogelijk zouden worden benoemd.” (Uitspraak) En dat alles alleen om de achterban blij te maken en “nieuwswaarde” te genereren.

Voor het OM was het duidelijk:  groepsbelediging en het aanzetten tot haat en discriminatie. Wilders vindt dit onzin; want zo zegt hij: “Ik heb gevraagd aan mijn kiezers of zij meer of minder Marokkanen willen.” En een politicus moet zijn achterban toch iets kunnen vragen?

Als verdediging doet me dit denken aan een klein kind dat geconfronteerd met een misstap een of andere slechts smoes verzint, maar goed. De Rechter moet hierover een serieus standpunt innemen. Alhoewel, eigenlijk lijkt dit wel heel erg op trollen. Want het enige dat Wilders gedurende het proces gezegd heeft is niet gericht op de rechtspraak, maar op de achterban.

Zit Wilders fout?

Zijn Marokkanen een Ras?

Racisme is discriminatie op grond van ras. Marokkaan is een nationaliteit, geen ras. Net zomin als Duitser een ras is. Of Belg. Of… nou ja. Juridisch betekent ras echter iets heel anders. Iets breders. Want in de wetgeving moet deze term worden gezien in het licht van het (jawel) Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie van 1966. En dan gaat het ook over ‘afkomst’ of ‘nationale of etnische afstamming’. “Het is aan de rechter om te beoordelen hoe, gegeven deze kenmerken, het begrip ‘ras’ in een concreet geval moet worden geïnterpreteerd. Duidelijk is verder dat de juridische betekenis van het begrip ‘ras’ veel ruimer is dan de betekenis die dit begrip in het Nederlandse spraakgebruik en de wetenschap gewoonlijk heeft.”

In dit geval heeft de Rechtbank geoordeeld dat Marokkanen kunnen worden aangemerkt als een ras, simpelweg omdat de uitingen gericht waren op een groep. Een groep die één ding met elkaar deelt: de afkomst. De advocaten van Wilders gooiden hier weliswaar nog wat argumenten tegen aan, maar dit bleken vooral losse flodders.

Zijn de Marokkanen beledigd?

Deze groep werd vervolgens door de uitlatingen aangetast in de eigenwaarde of in diskredietgebracht, zo was de beschuldiging. En ja, dat is strafbaar. Althans, zo blijkt uit de Memorie van Toelichting bij het relevante wetsartikel (art. 137c Wetboek van Strafrecht): : “Strafbaar is (…) het aantasten van de eigenwaarde of het in diskrediet brengen van de groep, omdat die van een bepaald ras is…”

Vervolgens: “Zoals al is vastgesteld, heeft verdachte op 19 maart 2014 aan zijn publiek gevraagd “willen jullie in deze stad en in Nederland meer of minder Marokkanen”. In antwoord hierop werd door het publiek, zoals ook de bedoeling was, meermalen ‘minder’ gescandeerd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte met zijn vraag binnen de Nederlandse samenleving een hele bevolkingsgroep apart gezet. Deze groep kan in de visie van verdachte, anders dan andere landgenoten, immers minder aanspraak maken op verblijf in Nederland en moet in omvang slinken. Enig onderscheid binnen die groep is daarbij niet gemaakt door verdachte. De groep wordt collectief aangesproken en wordt dan ook collectief in haar eigenwaarde aangetast. De hele Marokkaanse bevolkingsgroep wordt weggezet als minderwaardig ten opzichte van andere Nederlanders. Het is verder volstrekt duidelijk dat verdachte de groep aanspreekt juist omdat ze van Marokkaanse komaf is.”

En dan de kern:

“Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de gewraakte tekst, in samenhang met de rest van de speech, zonder meer denigrerend en daarmee beledigend is voor de bevolkingsgroep Marokkanen.”

Context als verzachtende omstandigheid?

Het kan evenwel zo zijn dat de context als verzachtende omstandigheid kan werken. Een belediging kan in een bepaalde context minder beledigend zijn. Een simpel voorbeeld is iemand “klootzak” noemen. Doe je dit op straat en spreek je een wildvreemde hiermee aan, dan komt dat toch heel anders over dan wanneer je met een goede vriend een spelletje speelt en hij je een hoop punten afpakt. Al helemaal wanneer jullie elkaar al jaren vriendschappelijk allerlei scheldwoorden om het hoofd slingeren.

De Rechtbank verwoordt het natuurlijk wat chiquer, door te verwijzen naar een uitspraak van de Hoge Raad (ons hoogste rechtscollege). De Hoge Raad (HR) stelt dat een uitlating die iets bijdraagt aan het publieke debat geen belediging hoeft te zijn. Deze minder-minder-actie voegt iets toe aan het publieke debat, zo betoogt Wilders via zijn advocaten.

De Rechtbank meent echter van niet, mede gezien de vorm van de uitspraak. Alleen al het feit dat Wilders bewust de TV-camera’s heeft opgezocht maakt de Minder-minder uitspraak beledigend.

Waarom? Omdat je met TV in een keer heel veel mensen kunt bereiken. En niet zomaar op een plek, nee! Je bereikt hen in de woonkamer. Niet bepaald een plek waar je naartoe gaat om deel te nemen aan een publiek debat. Een plek dus, waar je eigenlijk niet aan de uitlating kunt ontkomen (behalve dan door de TV uit te zetten, alleen veronderstelt dit dat je weet dat er iets komt en daarmee ben je er dus al niet aan ontkomen…. volgt u hem nog?)

Had Wilders dezelfde vraag gesteld in een debat, dan had hij er misschien mee weggekomen. Maar in deze vorm, met TV ploegen erbij, en zo duidelijk georchestreerd. Nee. Dat is geen debat.

“Als de rechtbank alles in samenhang beziet dan ontstaat het volgend totaalbeeld: het gaat om een beledigende uitlating over een minderheidsgroep (Marokkanen) tijdens een verkiezingsbijeenkomst waarbij door verdachte is gekozen voor de grootst mogelijke impact door de wijze van vraagstelling, door het tevoren laten instrueren van het publiek en door gebruik te maken van de aanwezige audiovisuele media om zoveel mogelijk publiek te bereiken. Er was sprake van een opruiende, opzwepende vraagstelling en een eenduidige daadkrachtige conclusie die niet past binnen het PVV-partijprogramma. Dit alles was meteen en ook later te zien op tv. Daarmee werd geen bijdrage geleverd aan het publieke (integratie/immigratie-)debat.”

“Wilders zet aan tot haat”

Over deze beschuldiging is de Rechter verrassend op de hand van Wilders. Weliswaar probeert Wilders zijn aanhang ergens toe in beweging te brengen (aanzetten tot), maar de Rechtbank vindt niet dat bewezen kan worden dat aangezet wordt tot haat. Want daarvoor moet er worden opgehitst. Mensen moeten worden opgeroepen iets te doen. En dat deed Wilders niet. Hij stelde een vraag, kreeg een antwoord en zei toen: “Nah, dan gaan we dat regelen”.

Het klinkt misschien zuur voor een boel mensen. En ja, ook voor mij, want ook op mij kwam de speech over als een mooi retorisch spelletje dat bedoeld is om een andere groep mensen in een kwaad daglicht te stellen. Maar inderdaad: Wilders heeft zijn volgelingen niet gevraagd iets te doen. Hij heeft beloofd iets voor hén te doen.

“Wilders zet aan tot discriminatie”

Het aanzetten tot discriminatie is “makkelijker” dan het aanzetten tot haat. Het is een wat vaag verschil, maar in essentie komt het erop neer dat haat een zeer intense emotie is die een “krachtversterkend element” vereist (het ophitsen of oproepen tot actie). Bij aanzetten tot discriminatie gaat het om het aansporen tot het uitsluiten van bepaalde groepen. Als je (dreigt) de rechten van een bepaalde groep mensen te schenden, dan zit je fout (aldus art.137d WvSr).

“Onder discriminatie wordt volgens artikel 90quater van het Wetboek van Strafrecht verstaan: “elke vorm van onderscheid, elke uitsluiting, beperking of voorkeur, die ten doel heeft of ten gevolge kan hebben dat de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein of op andere terreinen van het maatschappelijk leven, wordt teniet gedaan of aangetast.”

Oftewel: als je de ene groep benadeeld ten opzichte van een andere groep, alleen omdat ze tot die groep behoren, dan discrimineer je. En dat doet Wilders, aldus de Rechtbank: “De strekking van de uitlatingen is namelijk onmiskenbaar om een onderscheid te maken tussen Marokkanen en andere bevolkingsgroepen in Nederland.”

Schuldig, geen straf

De Rechtbank heeft dus uitgesproken dat Wilders zich schuldig heeft gemaakt aan groepsbelediging en aan het aanzetten tot discriminatie. En toch geen straf. Het OM had € 5000 boete geëist. Een bedrag dat Wilders waarschijnlijk met een grote glimlach had betaald. Want wat heeft hij met dat geld een mooi podium gekocht. Hoe vaak heeft hij dankzij deze rechtszaak niet in de media “geschitterd” en heeft hij zijn boodschap kunnen uitdragen? € 5000 voor zo een enorme toename in de peilingen is een schijntje!

De rechtbank geeft aan dat “verdachte bijgedragen aan een verdere polarisatie binnen de Nederlandse samenleving” heeft. Des te meer reden tot straf, zou je denken. Maar straf is volgens de rechter niet het doel van het proces. Doel van dit proces was om te bepalen of de uitlatingen door de beugel konden of niet. Nee dus.

En omdat met de schuldigverklaring heel duidelijk een lijn in het zand is getrokken, hoeft er geen straf worden opgelegd: “De rechtbank ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding te volstaan met de vaststelling dat verdachte zich als politicus schuldig heeft gemaakt aan groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie. Daarmee acht de rechtbank hem voldoende gestraft.”

Daarmee komt Wilders op het eerste gezicht goed weg. Net als in het vorige proces, waar het ging over uitlatingen die minder ver gingen, gaat het nu om de vraag “mag je dit zeggen”. De vorige keer had Wilders zijn woorden een stuk slimmer gekozen. Hoewel het iedereen duidelijk was wat er tussen de regeltjes stond, had Wilders zijn woorden zo gekozen dat je hem nergens op kon pakken. Dit keer heeft hij de grenzen echter teveel geprobeerd op te rekken. Vorige keer kreeg hij een waarschuwend fluitje te horen, nu krijgt hij een tik op de neus om binnen de lijnen te blijven.

En daarin zit, denk ik, de essentie van deze uitspraak. Het gaat niet eens zozeer om de Minder-minder-uitspraken. Wat veel belangrijker is, is dat de Rechtban

k zich weliswaar terughoudend opstelt door (nog) geen straf op te leggen, maar dat er wel een opgaande lijn in de strengheid zit. Wilders heeft een subtiele waarschuwing gekregen. Nu wordt hij gecorrigeerd. Dus een volgende keer….

Dát is de essentie van dit proces: ook als politicus moet je je aan bepaalde grenzen houden. Je staat niet boven de wet. En soms, heel soms, is het een geval: tot hier en niet verder.

“Nederland is ziek”

justitia_jost_amman

“Nederland is een ziek land geworden”, zegt Wilders in een reactie. “Nederland is niet ziek”, zegt Mark Rutte.

Ik heb het niet zo op de VVD. En al helemaal niet op Rutte. Maar inderdaad. Zoals Rutte zegt: ,,De rechtstaat functioneert goed.”.

We hebben rechters die kijken naar de inhoud. Die serieus nadenken. Die de context meenemen. Die niet vooringenomen zijn, zoals blijkt uit de vrijspraak van het “Aanzetten tot haat”. Want oh, wat zou het simpel zijn om een voor Wilders’ veel vervelendere uitspraak juridisch te onderbouwen.

De rechters hebben er NIET voor gekozen dit te doen. En dat terwijl het, volgens Wilders, allemaal D66-ers zijn. D66 is natuurlijk de grote Nemisis van de PVV. En inderdaad, er waren al langer wat twijfels over het grote aantal D66-ers: Het relatief grote aantal magistraten met een D66-voorkeur geeft zorgen bij mr. dr. Bart Labuschagne, universitair docent rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden. „Die eenzijdig politieke kleur in de rechterlijke macht is niet gunstig voor orthodoxe bevolkingsgroepen, zoals christenen als moslims.” (Reformatorisch Dagblad, 30-10-2010)

Ik vermoed dat de Edelachtbare Heren van de Rechtbank als persoon op zijn minst politieke weerstand jegens Wilders voelen. En toch komen ze (slechts) tot deze lichte tik op de pols. Het lijkt me duidelijk: deze heren zijn heel goed in staat om hun persoonlijke voorkeuren achter te laten en hun voorliefde voor Het Recht voorrang te geven.

Een knap staaltje rechtsspraak, dat ik na lezing van de Uitspraak een stuk beter snap dan op basis van het NOS Journaal.

This entry was posted in Nederland, Nederlandse samenleving, politiek and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply