United Economy? Waarom eigenlijk? En hoe?

Op 28 november 2016 vond in Arnhem (Oranjerie van Groot Warnsbron) een symposium over de United Economy plaats. De United Economy probeert een complementair geldsysteem op te bouwen, naast de Euro. Binnen dit geldsysteem staat 1 United gelijkstaat aan 1 Euro. Het is de bedoeling om de geldhoeveelheid afhankelijk te maken van de omvang van de reele economie. Belangrijkste middel hiervoor is, volgens de oprichters, rentevrij krediet. Door rentevrij krediet mogelijk te maken, doorbreek je de cirkel van samengestelde interest en exponentiële groei. Daarnaast wil United Economy de economie weer socialer maken. Niet enkel kijkend naar de prijs van een product, maar ook gebruik makend van de gunfactor en door het versterken van de lokale economie.

In Arnhem zijn inmiddels een aantal bedrijven aangesloten. Deze bedrijven doen deels al zaken in Uniteds. Het gaat hierbij echter nog om kleine aantallen transacties. Dit wekt bij mij de indruk dat de United nog enorm in de kinderschoenen staat en op het punt gekomen is dat het weleens zou kunnen gaan rollen. Of niet.

Maar waarom zou je dit eigenlijk moeten willen? Daarover ging één van de workshops.

De “Why” van de United Economy

In de inleidende plenaire sessies kwam al naar voren dat de United Economy wil naar een economie waarin meer samengewerkt wordt. Samenwerken is, zo stelt de organisatie, werken aan eigenbelang. Geld ondermijnt dit echter, het geldsysteem is uit balans. En disbalans leidt tot een tegenbeweging, een opstand. En in tegenstelling tot wat we allemaal hebben geleerd is geld niet intrinsiek neutraal.

In de workshop ging het verder over dit thema. Waarom zouden we een ander geld moeten willen?

De workshop begon met een kort filmpje over het effect van rente en de kloof tussen de exponentiële groei van het geldsysteem en de veel lagere groei van de werkelijke economie. Als voorbeeld kwam de vraag naar voren: wat wil je liever: een jaar lang elke week € 10.000, of in de eerste week een cent, waarna het bedrag gedurende een jaar elke week verdubbeld? Reken maar na. Een mooi voorbeeld van exponentiële groei dat voor veel mensen lastig te volgen is.

Een vraag die boven opviel: “Wie betaalt eigenlijk de rente?”? Alleen mensen met schulden, toch?

Voor mij was een interessant nieuw inzicht hoe groot het rentebestanddeel is van de producten die ik koop. Natuurlijk, de producent van mijn product betaalt vermogenskosten en dat zit in zijn prijs. Maar zijn toeleveranciers doen dat ook. Dus in de resources die de producent koopt, zit ook een rentebestanddeel. Ook dat wordt – uiteindelijk- door de consument betaald. Voorbeelden die voorbij kwamen: 15% van de prijs van kraanwater is rente. Van de uitgaven van de gemiddelde consument is 30% bestemd voor rente. Als je alles op een rijtje zet, betaalt 80% van de Duitsers meer aan interest (inclusief hidden interest) dan ze aan rente binnenkrijgen. Dit leidt tot accumulatie van vermogen en vergroting van ongelijkheid (bronnen niet te controleren).

Maar, als geld een uitvinding van de mens is, dan kunnen we het toch ook anders doen?

Spelregels voor een nieuwe economie

Na het filmpje volgde een discussie over spelregels. Welke regels moet je afspreken voor een nieuwe economie?

Belangrijkste regels die boven kwamen drijven:

  • Weg met de rente
    Maar: Wie bepaalt de hoogte van het risico afdekken? “Risico wordt overgewaardeerd”, zo was de stelling. Want als je de werkelijke waarde van risico neemt, dan zouden de percentages anders komen te liggen. “Op zich is rente fair” om risico’s mee af te dekken.
  • Rente zou niet bepaald moeten worden door de bank, maar door iedereen samen?
  • Transparantie
  • Vertrouwen moet weer een belangrijke rol spelen
  • Geen betaaltermijnen, meteen betalen (is een bestaande afspraak)
  • Soort saldo-check
  • Door kleine schaal minder misbruik (sociale controle en elkaar kunnen helpen).
    Leren van de natuur: vleermuizen gaan op jacht. ’s Nachts komen ze terug. Sommigen hebben wat gevangen, anderen niet. Als vleermuis niets heeft, dan gaat hij bij een ander vragen om eten. Dat krijgt hij. Maar ze houden wel bij wie er een profiteur is. Vleermuizen onderling houden dan bij wie er steeds komt bedelen.
  • Niet te moeilijke taal gebruiken, Jip en Janneke taal
  • Duidelijke afspraken maken over het moment van betaling bij grotere opdrachten.

Belangrijke constatering van de deelnemers: Vrijkomen van het denken dat ons is aangeleerd is moeilijk….

 

This entry was posted in Bedrijfskunde, Duurzaamheid, Geld en economie and tagged , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply