Over (de-) flexibilisering

Vroeger was het leven overzichtelijk: pa ging op zijn achttiende werken en bleef tot zijn pensioen bij de baas. Ma bleef thuis en zorgde voor het huishouden en de kinderen. En mocht pa onverhoops zijn baan verliezen, dan zocht hij een nieuwe baan, desnoods aan de andere kant van het land. De huur was zo opgezegd, en het gezin verhuisde mee.

Het buzzword van nu is echter: flexibilisering. Overal in de media hoor je het. Een baan voor het leven is a thing of the past. We moeten ons klaarmaken voor een bestaan van jobhoppen. De arbeidsmarkt moet flexibeler. Een verhaal dat vooral verteld wordt door het bedrijfsleven en wordt nagepapegaaid door politici.

En inderdaad: de arbeidsmarkt wordt flexibeler. Voor ondergetekende is een “vast contract” iets waar ik soms mensen over hoor fluisteren. Als ze denken dat niemand het hoort, spreken ze over dat mythologische wezen dat vastigheid en zekerheid zou bieden.

Ook de nieuwe wetgeving rondom de arbeidsmarkt werkt de flexibilisering in de hand. De wet zou de kloof tussen de vast-contracthouders en flexwerkers moeten verkleinen, maar de eerste berichten dat het anders uitpakt zijn alweer opgedoken. Bij ING is men, vooruitlopend op de nieuwe ontslagregels per 1 juli 2015 , nu alvast alle uitzendkrachten aan het lozen, om te voorkomen dat er vaste contracten uitgedeeld moeten worden.

ZZP-ers

Het leger van ZZp-ers groeit ooit gestaag. Deze zelfstandigen-zonder-poen worden neergezet als gelukkige wezens, die leven in vrijheid en enkel werk hoeven te accepteren als ze er zin in hebben. Dat er voor hen geen of amper sociale zekerheid bestaat, daarover hoor je slechts een enkeling. Dat ze geen pensioen opbouwen hoor je wel vaker, maar ja: ze zijn zelfstandig, dus dat is hun vrije keuze. Ondertussen zijn hun tarieven wel lager dan de kosten van iemand die wel pensioen opbouwt. Hierdoor ondermijnen ze hun eigen toekomst én die van mensen in loondienst.

De ZZP-er is eigenlijk de werknemer van 200 jaar geleden: hij werkt zich te pletter, voor een te laag loon, zonder zekerheid en zonder rechten. We zijn weer terug bij het pre-vakbond tijdperk.

(De)flexibilisering

Flexibilisering klinkt leuk, maar heeft dus allerlei negatieve bij-effecten. Maar daar houdt het niet op, want de regering die het zo belangrijk vindt om vooral naar een flexibelere arbeidsmarkt te gaan, voert aan de andere kant allerlei beleid dat die flexibilisering juist tegenwerkt.

Weet je nog, de alinea waar ik mee begon? Vroeger kon een gezin zijn biezen pakken als pa zijn werk verloor. Hoe is dat nu?

Kopen, niet huren

We moeten allemaal ons huis in eigendom hebben. Dat is jarenlang het mantra geweest. Want iemand die zijn huis in eigendom heeft zorgt er goed voor. Dit verhoogt niet alleen de waarde van het huis, maar van de hele buurt. Bovendien zouden wijken met veel koophuizen sociaal-economisch sterker zijn.
Nadeel: een koophuis is -in principe- een investering voor de langere termijn. Dat waren we misschien vergeten toen de huizenmarkt als een tierelier liep, en je je huis maar te koop hoefde te zetten om een biedingsoorlog te ontketenen, maar nu we ontdekken dat het niet altijd “feest” is (voor de verkopers) worden we daaraan herinnert.

Een huurhuis zeg je binnen een maand op. Dus als je een nieuwe woning vindt, ben je zo “over”. Met een koophuis is dat lastiger. Hierdoor neemt de arbeidsmobiliteit af.

Tweeverdieners

Om te beginnen heeft de Nederlandse overheid de afgelopen decennia een beleid gevoerd wat tweeverdienerschap aanmoedigde. Op zich nobel, want dat vrouwen thuis zouden moeten blijven is onzin. Een verspilling (soms) van talent.

Alleen…

Hogere huizenprijzen

Doordat er in een huishouden twee (of anderhalf) inkomen zijn, stijgt het besteedbare inkomen. op het moment dat een anderhalfverdiener en een enkel-inkomen bieden op een huis, betekent dit dat de anderhalfverdiener meer kan betalen. Als dit zich vaak genoeg voordoet, leidt dit tot stijgende huizenprijzen. Geen nieuwe gedachte, wel goed om er nog eens aan te denken. En bij duurdere huizen is het, wederom, lastiger verhuizen. Het wordt ook riskanter, want baanverlies betekent dan al snel dat je de hogere hypotheeklasten niet meer kunt dragen.
En ik dan…?
Als pa zijn werk verliest, zal ma vaak haar werk nog wél behouden. Verhuizen voor een nieuwe baan wordt dan onaantrekkelijker. Want gaat zij haar baan opgeven? Of gaat zij langer in de file staan? Het “pack up your things and go” gaat een stuk lastiger als het aantal lijntjes waarmee je aan je huidige stek verbonden bent in aantal groeit.

Kortom

Er wringt iets. Enerzijds moeten we vooral allemaal flexibeler gaan werken (iets dat vooral in het voordeel is van werkgevers), terwijl de overheid aan de andere kant juist aanmoedigt dat we vastigheid zoeken. Het lijkt me slim om een keuze te maken. En wat mij betreft niet een keuze voor nog meer flexibilisering, maar dat zal geen verrassing zijn.

This entry was posted in Nederlandse samenleving and tagged , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply