Grondwet: toetsen, of niet?

Om de zoveel tijd komt de discussie weer terug. Nee, niet die over Zwarte Piet, maar over artikel 120 van de Grondwet. Mocht je niet uit je hoofd weten waar dit artikel over gaat (foei!): “De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen.”

Anders dan de buren

In tegenstelling tot andere landen heeft Nederland geen Constitutioneel Hof. Het is aan de Staten-Generaal om ervoor te zorgen dat nieuwe wetgeving niet strijdig is met de Grondwet. Dat creëert soms een wat vreemde situatie, want toetsing aan internationale verdragen kan wel. Maar het belangrijkste argument tegen art. 120 GW is wel dat het de Grondwet tot een dode letter maakt.

De meest recente oprisping van de discussie over de vraag of Constitutionele toetsing nu wel of niet moet, volgt op de uitkomsten van de Commissie Remkes. In een tussenrapport raadt de commissie aan om een bindend referendum in te voeren. De pers dook hier natuurlijk bovenop. Minder aandacht kreeg de aanbeveling om 120 GW te schrappen.

Grondwet is dood

Christiaan alberdingk Thijm schreef hier in NRC een opiniestuk over met als boodschap dat de Grondwet een dood instrument is. Hij betoogt dat 120 GW zo snel mogelijk moet vervallen, bijvoorbeeld omdat bepaalde partijen steeds vaker “de randen van onze rechtsstaat gaan opzoeken”.

Douwe Jan Elzinga reageerde hierop in Binnenlands Bestuur. Elzinga, iemand die met het gezag van jaren over bestuurlijk Nederland spreekt, stelt dat Constitutionele Toetsing een democratische terugval is.

Volgens hem functioneert het systeem prima: “Het zijn met andere woorden vooral de instellingen van de parlementaire democratie – regering en Staten-Generaal – die hier het laatste woord hebben. Die situatie bestaat al sinds de Grondwetsherziening van 1848 en het is dus nu de vraag om welke dwingende reden dit systeem moet worden veranderd. Daar zou aanleiding voor kunnen zijn indien de formele wetgever met een zekere regelmaat zich schuldig maakt aan schendingen van het grondwettelijke recht. Wie daar naar gaat zoeken, komt heel weinig tegen.”

Hoewel ik groot respect heb voor Elzinga, haak ik hier af. Zijn argumentatie kun je samenvatten met: “Waarom veranderen, het werkt tot nu toe toch prima? We hebben het altijd zo gedaan.”

Volgens mij slaat Elzinga de plank namelijk finaal mis. Hij betoogt namelijk dat het aan de Staten-Generaal is om wetten vast te stellen en dat het terecht is dat hier vervolgens geen toetsing op mogelijk is. Immers, de Tweede Kamer is toch verkozen? Die dienen dus de wil van het volk. En hebben daarom dus gelijk.

Rem op de Vox Populi

Als je nu gaat Toetsen aan de Grondwet, dan maak je bepaalde wijzigingen die het volk wil misschien wel onmogelijk. Elzinga verwijst naar de VS, waar de benoeming van rechters een politieke kant heeft:“De democratie moet een veer laten omdat de rechter de resultaten van de democratische besluitvorming kan corrigeren.”

Vervolgens merkt hij op dat Constitutionele Toetsing alleen voorkomt in landen die een probleem hebben gehad met de ontwikkeling van democratie. Bijvoorbeeld Duitsland, je weet wel, dat land waar ooit iemand legaal verkozen aan de macht is gekomen en vervolgens heel Europa in een oorlog stortte. In Nederland is dat niet zo sterk het geval geweest, dus hebben wij die veiligheidsklep niet nodig.

Kalf, put

Ik vind dat een raar argument. Zo is er bij mij thuis nog nooit brand geweest. Heb ik dan geen brandverzekering nodig? En als ik besluit op dieet te gaan, is het best nuttig als iemand me af en toe in de juiste richting duwt. Maar Elzinga vindt het onnodig de put te delven. Ok, bij de buren zijn al de nodige kalveren verdronken, maar bij ons niet. Onze kalveren zullen wel slimmer zijn ofzo.

Trouwens, als de Grondwet ooit te knellend zou zijn, dan is dat geen probleem. Want ook de Grondwet kan worden aangepast. Toegegeven, het is soms wat lastig met al die eisen (gekwalificeerde meerderheid, dubbele stemming enzo). Maar dat is juist een voordeel. Het geeft ons een veilig fundament dat garandeert dat het beleid van de overheid niet al te willekeurig wordt. Het dwingt de Staat tot een bestendige gedragslijn.

Steeds extremere politiek

Gezien de politieke ontwikkelingen sinds 2002 is Grondwettelijke Toetsing ook wenselijk. Vooral de laatste paar jaar worden er allerlei wetten aangenomen waarbij je jezelf kunt afvragen hoe die zich verhouden tot de Grondwet. Een simpel voorbeeld? Hoe verhoudt de Sleepwet zich tot deze: “Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer” (Art. 10, lid 1 GW)?

Die wetten zouden er misschien niet gekomen zijn als Art. 120 GW niet bestond. Is dat beperking van de democratie? Ja, eigenlijk wel. In zoverre heeft Elzinga gelijk. Is dat erg? Nee. Eerder wenselijk.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.