Accountants uit de spagaat

Enron en Ahold zijn aan het begin van deze eeuw min of meer symbool geworden voor de onwenselijke gevolgen van een te intieme verknoping tussen de accountant en het bedrijf waar deze toezicht op houdt. Sindsdien zijn grote stappen gemaakt om te voorkomen dat de accountant te mild oordeelt over de cijfers welke een bedrijf rapporteert.

Een van de maatregelen die isingevoerd is per 1 januari 2016 ingegaan: het verplicht rouleren.

Elke “paar” jaar moet een bedrijf (dat aan bepaalde criteria voldoet) een andere accountant nemen. De achterliggende gedachte is dat dit leidt tot een frisse blik. Een blik die niet wordt gekleurd door de band met de opdrachtgever. Merk op dat die kleuring helemaal geen gevolg hoeft te zijn van kwade opzet. Ook onbewust kan het gebeuren dat een mens (want dat is een accountant natuurlijk gewoon) meebeweegt met een opdrachtgever die hij of zij goed kent. Over de roulatieplicht bestaat overigens nog wel wat discussie, zoals onder meer blijkt uit een discussiestuk van BDO uit 2014. Toegegeven, BDO heeft een duidelijk belang bij dit thema, maar het is een goede illustratie van de dynamiek.

Roulatie: geen revolutionair, nieuw idee.

Roulatie is binnen de AO/IC een niet-ongebruikelijk controlemiddel. Door mensen van rol te laten wisselen verminder je de kans op fraude en samenspanning. Maar het houdt ook de goedwillenden scherp, doordat men elkaar controleert. Laat af en toe iemand anders de kas tellen en vergelijken met “de boeken” en je komt eventuele verschillen tegen. Laat iemand controleren of de voorraad in het magazijn wel overeenkomt met de cijfers zoals de magazijnmeester ze heeft ingevoerd. Stel het verplicht dat mensen op vakantie gaan en laat hun werk door iemand anders waarnemen. En laat mensen af en toe van standplaats wisselen, om al te vertrouwelijke relaties te voorkomen. Het is allemaal niet heel revolutionair. Sterker nog, het staat gewoon in de tekstboeken die gebruikt worden in het onderwijs aan tweedejaars HBO-studenten. Maak een student midden in de nacht wakker en vraag hem om een goede AO-maatregel en de kans is groot dat deze antwoordt met: “controle technische functiescheiding”. Dat is de rol van de accountant. Maar om controle-technische functiescheiding te laten werken is een tegengesteld belang essentieel. Dit wordt ook wel eens omschreven als “georganiseerd wantrouwen”.

Roulatie is in mijn ogen dus in beginsel een prima actie. Maar hoewel het een goed idee is om te rouleren, blijft hiermee de essentiƫle weeffout in het controlesysteem onaangetast: degene die gecontroleerd wordt is nog altijd degene die de controleur betaalt.

Hierdoor bevindt de accountant zich in een spagaat: enerzijds heeft hij of zij een verantwoordelijkheid richting “de samenleving” en “de stakeholders”. Aan de andere kant heeft hij of zij elke dag te maken met het te controleren bedrijf, dat een bepaald belang heeft en zal proberen de aangedragen rapportages te laten goedkeuren. Sociale druk is een krachtig middel. De kracht van de factuur nog veel sterker. Dit levert een spanningsveld op, waarvan het maar de vraag is of we deze moeten laten bestaan.

Een mogelijke oplossing: allignement of interests

Het probleem is dus helder: de accountant dient de ene meester (de samenleving), maar wordt betaald door de andere (het bedrijf). De oplossing ligt dan voor de hand: snij de betaalrelatie door, en verbindt deze opnieuw waardoor de betaalstroom en de verantwoordelijkheid beter alligned zijn. Voortaan betaalt de samenleving (in de vorm van een ZBO, of agentschap van het Ministerie van Financiƫn) de accountants voor hun werk. Dit bestuursorgaan is verantwoordelijk voor de contractering en de betaling. Aangezien het geld ergens vandaan moet komen, wordt dit orgaan gefinancieerd vanuit een aan bedrijven op te leggen heffing, die min of meer overeenkomt met de kosten die organisaties nu ook maken.

Uiteraard zijn er een aantal checks and balances nodig, om ervoor te zorgen dat ook de kleinere spelers (de niet-Big Five) voldoende opdrachten kunnen krijgen en dat er kostenefficient gewerkt wordt. Een openbare aanbesteding, of een contracteringssystematiek met raamovereenkomsten zoals deze ook binnen de WMO is bedacht, ligt dan voor de hand. Hierbij kan het orgaan bewaken dat geen enkele speler een onwenselijk groot marktaandeel bereikt, en dat er binnen een willekeurige regio of segment een minimaal aantal accountantsorganisaties werkzaam zijn.

Een dergelijke transitie niet eenvoudig. Natuurlijk niet. Zoals zo vaak is de stip op de horizon snel gezet, maar blijken de uiteindelijke contouren pas wanneer je hem nadert. En natuurlijk, onderweg blijk je obstakels tegen te komen. Problemen. Uitdagingen. Maar dat het veel zuiverder is dat de samenleving degene is die de betalingsmacht heeft, dat lijkt me evident…

This entry was posted in Bedrijfskunde, Nederlandse samenleving, Overpeinzingen and tagged , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply